Het Conservatorium van Amsterdam is verhuisd naar een nieuw gebouw op het Oosterdokseiland, vlak bij het Centraal Station. Een bijzonder stimulerende locatie voor muziekvakstudenten: het nieuwe gebouw staat midden in een culturele omgeving, met onder andere het Muziekgebouw, waarin de IJsbreker en het Bimhuis met drie zalen onderdak vinden, en de Openbare Bibliotheek. De overige faculteiten van de AHK liggen op loopafstand.
Ontwerp
Het gebouw, ontworpen door architect Frits van Dongen, heeft dertien etages. Voor het ontwerp is gekozen voor het Engawamodel. Dit model is afgeleid van de Japanse bouwstijl van woonhuizen waarbij de verkeersruimten (de gangen) aan de buitenzijde van het gebouw liggen en de 'gebruiksruimten' (zalen, les- en studiekamers) aan de binnenzijde. De gangen liggen dus aan de kant van de gevel, de kamers krijgen door het grote raamoppervlak van de gevel wel direct daglicht. Voordeel van deze manier van bouwen is dat de gang buitengeluiden weert, waardoor studenten ongestoord kunnen studeren.
Het nieuwe gebouw is opgebouwd uit drie eenheden. Op grondniveau zit het 'spelend hart' met vier zalen - een grote zaal, kleine zaal, recitalzaal en de muziektheater/studio - een foyer en de kantine. Boven de zalen komen vier etages met leskamers en daarboven twee verdiepingen met bibliotheek, collegezaal en studiekamers. De kantoren bevinden zich helemaal bovenin.
De gevel heeft als eerste functie het doorlaten van licht, maar is ook belangrijk voor de uitstraling van het gebouw.